woensdag 23 januari 2008

opdracht 8 PORTRET






















Portret

Dezelfde opdracht andere uitleg....

Een goed portret maken is een uitdaging. Het is misschien wel het moeilijkste onderwerp dat er is.

Je hebt namelijk niet alleen met je eigen persoonlijkheid te maken maar ook met die van iemand anders.

Wat heel belangrijk is daarom ook dat je geïnteresseerd bent in je model!

Jij bent de regisseur van jouw fotoshoot. Stel je model gerust. Zorg dat hij/zij zich ontspant en werk samen. Wees duidelijk in je aanwijzingen.

Waar moet je op letten:

*Omgeving

Creëer een studio-effect ; een witte of een zwarte achtergrond. Hierdoor komen kleuren en licht en schaduwnuances goed uit.

De belichting heeft een groots effect, omdat alle aandacht direct op je model gevestigd is.

-TIP- Als je niet zo een achtergrond hebt, kan je ook een witte of andere kleur muur kiezen, waar geen spullen op bevestigd zijn.

Kies je voor een ruimte waar je je model inzet.

Houd het zo rustig mogelijk. Maar gebruik de ruimte in je voordeel.

En het moet passen bij je model.

*Licht

Ook qua licht zijn er veel mogelijkheden.

Maar ik raad je aan om natuurlijk licht te gebruiken. De zon hoeft niet rechtstreeks op je model te schijnen. Liefst niet. We kennen allemaal de zomerfoto’s waarop de ogen toegeknepen zijn. Niet mooi dus.

Ga net uit de zon. Of kijk niet in de zon.

Voor de fotograaf: Let op waar de zon is. Niet tegen de zon in fotograferen.

-TIP- Heb je te veel schaduw op je model? Gebruik dan een flits! Maar neem wel afstand. Te veel flits is nooit mooi.

Heb je niet genoeg licht dan kan je altijd lampen gebruiken. Hiermee kan je veel variëren en je richting en sterkte bepalen.

Maar kunstlicht geeft een geel licht, dus houd het eenvoudig.

Schaduwen zijn mooi! Niet perse in het gezicht, maar wel achter en om je model heen.

*Sluitertijd en diafragma

Je sluitertijd en diafragma bepalen hoe lang de je lens licht en dus beeld naar binnen laat. De sluitertijd bepaalt hoe licht of donker je foto wordt door de lengte van de sluitertijd. Hoe korter hoe donkerder. Ook handig als je iemand fotografeert die beweegt. Maar dan heb je dus wel veel licht nodig.

De diafragma bepaalt waar je scherptefocus ligt. Stel je voor scherp en laat je achtergrond onscherp of andersom. Dit kan heel mooi zijn bij een portret. Je richt zo alle aandacht op je model. Je kan ook kleine scherptediepteverschillen maken. Door de handen bijvoorbeeld scherp te stellen en het gezicht niet….

Een andere mogelijkheid om de lichtgevoeligheid en sluitertijd te manipuleren bij weinig licht is de filmgevoeligheid. Ook al werken we bij digitale kamera’s niet met een fotorolletje. De modernste kamera’s doen alsof ze dit wel gebruiken. Dit heet je asa of iso.

Hoe lager hoe minder pixels. Hoe meer licht je nodig hebt.

Hoe hoger de asa of iso hoe minder licht. Let wel op je krijgt een korrelige foto.(dit kan ook heel mooi zijn!!!)

*Positie

Denk aan de positie van je model ten opzichte van jouw hoogte. Dit beïnvloed de sfeer heel erg!

-TIP- Ga niet te dicht op je model staan en haar gezicht fotograferen. Dit vervormt. De neus zal groter lijken! Ga ietsje verder staan en zoom in!

*Compositie

De uitsnede en de plaatsing van jouw onderwerp in de ruimte is natuurlijk cruciaal voor een goede foto. Hier moet je dan ook heel goed over nadenken. Er is heel veel mogelijk. Je onderwerp hoeft niet centraal te staan. Geen enkel gegeven van licht, plaatsing en licht is aan te raden. Alles is afhankelijk van jou, jouw model en jouw ideeën.

Neem je tijd en maak schetsen. Denk eraan dat een uitsnede alleen nog kleiner kan worden! Je kan er niks aanplakken.

*Poseren

Je kan gekke en moeilijke poses aannemen. Dit kan heel leuk zijn. Maar het moet wel uitvoerbaar en vol te houden zijn. Let op dat je model niet heel moeilijk kijkt!

En het moet natuurlijk bij de persoon passen!!!

*Kleding, kleur, asseccoires, make-up

Dit spreekt voor zich! Kleed je model aan!

Lichte kleding vangt mooi schaduw.

Zwart leidt de aandacht naar het gezicht en de huid.

Wit vangt alle licht en maakt het gezicht gekleurder!

Kleur slurpt de aandacht op! Maar kan mooi zijn!

*Sfeer

Zorg voor een intieme sfeer als je de foto maakt.

Maak de foto van iemand die je goed kent.

Instrueer je model goed.

Neem je tijd .

Maak veeeeeeeeel foto’s!

Experimenteer!

Verander dingen tijdens de “fotoshoot”

Serie! Verzameling - opdracht 5

We gaan nu een serie maken met kenmerken die steeds terugkomen op een persoon.

Dus je gaat bijvoorbeeld 20 mensen vinden die allemaal rode haren hebben, of een groene trui, of iets anders kenmerkends....
En fotografeer deze mensen allemaal op dezelfde manier!
Dus dezelfde belichting, uitsnede, houding!!!

Zo veel mogelijk maken.
Ook van elk model 2 foto's. Liever niet flitsen, kamera stilhouden, model stil laten staan!
Succes.

Fruit ! Serie opdracht 6











Neem een stuk fruit!
Een groot wit vel.
Een bureaulamp, dus een die je kan richten.

Maak een foto van het fruit. Belicht het goed!
En nu maak je van elke stap een foto.
Dus na elke hap een voto. Zet het steeds anders neer.
Laar de achtergrond niet afleiden van je onderwerp.
Maak foto's tot je appel/mandarijn, banaan, sinaasappel, peer, enz. op is.

Je kan als je honger hebt kan je ook wee stukjes fruit nemen.

Goed op het lichtcontrast en compositie letten.

maandag 21 januari 2008

Stilleven opdracht 4






































Voor de volgende opdracht gaan we stillevens fotograferen.

Dat betekent dat je moet toepassen wat je in de voorgaande opdrachten hebt geleerd en geoefend.
Daarbovenop moet je nu bewust op de compositie letten.

Dus...
Je let op:

* Licht,
* Contrast ( licht -schaduw)
* Kleur ( contrast)
* Beeld uitsnede en dus compositie.

Even over compositie:
Om een goede compositie te hebben zijn de bovenstaande elementen heel belangrijk!
Daarnaast let je natuurlijk op je onderwerp in de ruimte.
Zorg ervoor dat je de ruimte gebruikt. Voor, midden en achter. (Dit kan je met licht benadrukken.
Ook hoef je je onderwerp niet per se in het midden te zetten.
Je kan het ook afsnijden.

Let erop dat je je foto recht maakt. Dus niet je camera scheef houden.
Gebruik geen flits.
Is het donker? Gebruik een lamp (je burolamp?) of een statief (een stapel boeken is ook goed!)

De ruimte, je beelduitsnede en het licht zullen de belangrijkste graadmeters zijn voor een goede foto.
TIP! Hou het eenvoudig!

Maak 4 composities waarvan je 5 foto's maakt.
Dus in totaal, 20 foto's

De resultaten bekijken we in de volgende les.

Succes!

dinsdag 4 december 2007

Scherptediepte en sluitertijd

Scherptediepte, sluitertijd


Scherptediepte betekent dat je op een onderdeel van je foto scherpstelt.

Dit kan een object op de voorgrond zijn, of juist een object achterin.

Het onderwerp dat je fotografeert hoeft niet helemaal scherp te zijn, maar kan dat gedeeltelijk zijn of juist helemaal niet.

Als je een groep met mensen fotografeert en jouw hoofdpersoon staat vooraan, stel je op hem scherp en de rest van de personen blijft wazig. Of als iemand achterin belangrijk is doe je dit andersom.

Sluitertijd is de tijd dat de lens van je camera open is en er dus licht en dus beeld naar binnen valt.

We kennen allemaal wel het effect van een bewogen foto.

Dit kan mooi zijn maar ook heel hinderlijk.

Als een foto bewogen is is er te weinig licht of een te lange sluitertijd.

Als je bewegende personen wilt fotograferen moet je zorgen dat er genoeg licht is, of je sluitertijd kort zetten.

Als je foto bewogen is bij een portret. Dan is het beste om een statief te gebruiken, de camera beweegt dan niet en het model moet stil blijven zitten.

Je kan uiteraard ook een flitser gebruiken, maar dan beïnvloed je het licht en dus de sfeer.

Je kan ook opzettelijk een beweging in een foto vastleggen. Dit kan heel leuk zijn, maar zorg dat er altijd iets scherp is. Als alles onscherp is en vaal van kleur is het waarschijnlijk niet interessant.


Opdracht 7 zelfportret


Opdracht 7

Zelfportret

Na de portretten die je voor de vorige opdracht hebt gemaakt, gaan we nu een zelfportret maken.

Deze moet je echt allen maken.

Bedenk van tevoren wat je wit uitstralen.

Daarbij denk je weer aan kleur, licht, schaduw, make up, haar, kleding, omgeving, achtergrond.

Om een zelfportret te kunnen maken heb je drie manieren.

Een: je houdt je camera in je hand en probeert zo door toeval een geweldige foto te maken.

Hierbij moet je echt veeeel foto's maken. Want er zullen er veel mislukken.

Twee:Je zet je camera op zelfontspanner. Dat betekent dat je de tijd hebt om voor je camera te rennen en je beter de omgeving en compositie kan regisseren.

Ook dit is moeilijk. Maak genoeg foto's zodat je er zeker genoeg hebt om er een goede uit te kiezen.

Drie: Voor de spiegel. Zet je flitser uit! Houd je camera Stil en zorg dat je spiegel schoon is.

Bedenk wel dat de omgeving ook een belangrijke rol speelt.

Maak zoveel mogelijk fotos. Minstens 25.

Daarvan moeten er 2 goed zijn en aan je log toegevoegd worden.


Opdracht 8 Portret




Opdracht 8

Portret

Een portretfoto maken is moeilijk.

Je moet namelijk op een heleboel dingen letten.

Het is niet alleen de persoon die je fotografeert.

Er zijn ook veel manieren om een portret te maken.

Heel erg belangrijk is; is dat je van de persoon die je portretteert uitgaat!


Andere aspecten:

*Compositie

*Licht

*Kleur

De persoon en zijn karakter.

Hoe is deze persoon?

Hoe beweegt hij? Hoe praat hij? Hoe gebruikt hij zijn gezicht? Zijn handen?

Wat valt je meteen op als je naar hem kijkt?

Is hij extravert of introvert?

Opvallend, rustig, vrolijk, wild, zachtaardig, enz, enz…..

Probeer een metafoor te vinden voor zijn eigenschappen.

Probeer het te vertalen in beeld.

Denk daarbij ook aan de ruimte om hem heen; binnen of buiten.

De persoon; kijkt hij recht in de camera, en profiel schuin, van boven gefotografeerd of van beneden.

Van dichtbij, ver weg.

De uitsnede en compositie,

Liggend of staand.

Hoe vol is je beeld, staat alles erop of snijd je er dingen af?

Is er daglicht, lamplicht, spots, flits, enz…

Is er weinig of veel schaduw.

Het weer kan ook een stemming of sfeer weergeven.

Regen of zonneschijn.


Denk ook aan kleding, make-up, accessoires, blik.


Opdracht uitvoering


Maak een ontwerp (tekening) voor een specifiek persoon uit je directe omgeving.

Verzamel daarbij informatie en oplossingen voor alle elementen die hierboven benoemd zijn.

Je krijgt dan een tekst.

Aan de hand daarvan maakt je een paar schetsen. Zwart wit.

2 verschillende.

Een idee is om 2 verschillende stemmingen te fotograferen.

Uiteindelijk maak je 15 foto’s per sfeer.

In totaal dus 30.

Daarvan kies je de 8 beste.

Deze stuur je naar mij op.

4 Zet je op fotolog.